Kunstdummie

Les: Falende kunstenaars

Door Janine van den Dool

‘Faal, faal opnieuw en faal beter’, is de favoriete zin van de afdelingsdirecteur op de kunstacademie. Elk nieuw academisch jaar vertelt hij, met een grote glimlach op zijn gezicht, over de kracht van falen aan een zaal vol onbegrijpende blikken.

'Falen?!' dacht ik toen. 'Ik kom hier niet om te falen, ik kom hier om een goede kunstenaar te worden!' Pas nu, in het derde jaar, weet ik dat het de kunst is om fouten te maken, je fouten te herkennen, ervan te leren en zo ontdekken hoe je kunt groeien als kunstenaar. Je moet eigenlijk steeds op een andere manier falen!

Het idee

Ik wil heel graag goed zijn in wat ik doe, misschien zelfs de beste. Een prima eigenschap voor een beginnend kunstenaar zou je zeggen, maar het houd mij juist vaak tegen om te maken wat ik wil maken. ‘Anderen zijn toch veel beter daarin’ of ‘dit is toch geen kunst’ zijn zinnen die dagelijks door mijn hoofd spoken. Kunst gaat helemaal niet over heel goed kunnen tekenen, schilderen of beeldhouwen. Want misschien nog wel belangrijker dan de uiterlijke vorm van een kunstwerk, zijn de ideeën die eraan vooraf gaan. Het idee of concept groeit een tijd in je voor het in een vorm gegoten kan worden. Kunst heeft dus wel een uiterlijke vorm, maar de basis hiervoor begint altijd met het idee of concept. De beste kunstenaars zijn mensen met goede ideeën. Ideeën die uitdagen, vragen oproepen een aanzetten tot nadenken. De kracht van hun werk ligt in het vernieuwende element.

Leeg en wit

Het nieuwe studiejaar is nu alweer een paar weken van start. Het atelier dat we toegewezen kregen is nog leeg en wit. Het vorige jaar is uitgewist en wij mogen het weer invullen. Het voelt als een leeg canvas dat voor je op de ezel staat met haar eindeloze mogelijkheden. Nu moet je ineens wat gaan doen, je hebt de tijd en er is ruimte. Ik moet denken aan Bruce Nauman (1941) die net na zijn afstuderen op de kunstacademie in zijn atelier zat. ‘Als ik een kunstenaar ben in het atelier, dan is alles wat ik in het atelier maak kunst.’ Met tape maakt hij een vierkant op de grond en loopt er overheen (Walking in an exaggerated manner), hij drukt zijn lichaam tegen de muur (Body Pressure) of bindt zijn armen achter zijn rug (Bound to fail).

Alles is kunst

Geïnspireerd door deze kunstenaar leg ik mijzelf op de vloer van het atelier. Ik staar naar het lege ruimte, het staart naar me terug. Zuchtend kijk ik naar buiten en zet de voordelen van falen nog eens op een rijtje. ‘Maar ik ben kunstenaar en alles wat ik maak is kunst!’ denk ik terwijl ik op handen en voeten mijn buik in de lucht steek. Omgekeerd en uitgerekt zie ik het atelier op een heel andere manier, mensen komen ondersteboven binnen, de vloer is het plafond en andersom. Heerlijk dat falen, het biedt weer nieuwe mogelijkheden.