Kunstdummie

Autonoom beeldend kunstenaar en maatschappij

Les 3: de invloed van de samenleving op de beeldend kunstenaar

Door Nelle Boer

In de twee lessen voorafgaand aan deze is besproken welke verantwoordelijkheid de autonome beeldend kunstenaar heeft als het gaat om zijn plaats en rol in de maatschappij. In deze les kijken we naar de maatschappelijke ontwikkelingen die op hun beurt invloed hebben op de beeldend kunstenaar.

Individualisering
De Nederlandse samenleving kenmerkt zich de laatste decennia door een groeiende individualisering. Hier heeft de beeldend kunstenaar uiteraard ook mee te maken gekregen. Waar beeldend kunstenaars zich eerder nog verenigden in gildes en later in kunstenaarscollectieven, hebben de meesten zich teruggetrokken in de beslotenheid van hun eigen atelier. Daar maken zij ‘uniek’ werk waarvan zij weten dat het scoort, afgaand op de wensen van het publiek. Alles in het teken van het bereiken van dat publiek, om hen aan zich te binden en zo werk verkocht te krijgen. Kortom, werk dat het oog streelt, dat niet te confronterend is of te diepzinnig. Met name geabstraheerde mensfiguren en landschappen met veel bonte kleuren doen het goed, dat vinden mensen mooi.

Er leeft onder beeldend kunstenaars geen grotere gedachte meer over kunst. Het is ieder voor zich. Wanneer kunstenaars schrijven of spreken over kunst gaat dat steevast over hun eigen werk en over hoe zij tot hun keuzes komen. Men spreekt niet meer over de rol die de beeldende kunst kan of moet vervullen, maar slechts over de eigen, vaak beperkte, ideeën voor een nieuw schilderij of object.

Kwantiteit in plaats van kwaliteit
Naast de invloed van de individualisering is er de ontzagwekkende veelheid aan zelfbenoemde kunstenaars. Al enige tijd duiken door gans het land hobbyisten en autodidacten op die vol goede moed aan het schilderen slaan, een heus atelier inrichten en achter hun ezel het gezellige gevoel krijgen dat zij beeldend kunstenaar zijn. Ze schoppen het soms zelfs zover dat hun prutswerk op de voorpagina van een kunstwebshop mag prijken.

Dit alles betekent een vervuiling van het kunstaanbod. Terwijl afgestudeerde, ervaren beeldend kunstenaars pogen kwalitatief sterk werk leveren, zorgen hobbyisten en autodidacten ervoor dat het publiek ten onrechte gelooft dat elk schilderij en object dat aangeboden wordt als kunst, daadwerkelijk kunst is. Ter troost, in de eerste les van deze reeks is te lezen hoe men ware, autonome beeldende kunst herkennen kan.

Kunstenaarschap als verdienmodel
Als laatste heeft de commercialisering van de maatschappij haar invloed op de werkwijze en plaatsbepaling van de beeldend kunstenaar. Zo is men het kunstenaarsschap steeds meer gaan beschouwen als een verdienmodel. Er zijn talloze workshops te volgen met titels als ‘Hoe verkoop ik mijn werk?’ en ‘Hoe bouw ik een stevig netwerk op?’. De ‘kunstenaar als ondernemer’, dat is zijn nieuwe rol. 

Aapje’, 2009

Het toegeven aan de wensen van het publiek is onlosmakelijk met het ondernemerschap verbonden. Het betekent een verlies aan autonomie van de beeldend kunstenaar die geen winst moet willen maken. De ware autonome beeldend kunstenaar runt een non-profitorganisatie, om maar bij bedrijfskundige termen te blijven. Hij beschouwt zijn werk als uiting van zijn talent en als middel maatschappijkritiek te leveren, niet als commercieel produkt. Hij of zij heeft een mening over de rol van beeldende kunst en van de beeldend kunstenaar in de maatschappij en gaat voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. 

Eerder in deze serie:

- Les 1: Wat is een autonoom beeldend kunstenaar?
- Les 2: De huidige maatschappelijke rol van de beeldend kunstenaar