Kunstdummie

Autonoom beeldend kunstenaar en maatschappij

Les 2: De huidige maatschappelijke rol van de beeldend kunstenaar

Door Nelle Boer

In de eerste les is besproken hoe de maatschappelijke rol van de in oorsprong autonome kunstenaar allerlei veranderingen heeft ondergaan in de loop der tijd. Van de beeldend kunstenaar als verhalende, vrije expressionist tot gehoorzaam aan kerkbesturen en notabelen. Van de terugkeer van de vrije expressie in het autonome werk van Vincent Van Gogh en middels de krachtige toon van Karel Appel. Deze tweede les gaat dieper in op de rol van de beeldend kunstenaar anno nu, die van de u vermakende artiest. Dat het bergafwaarts is gegaan, dat de term autonoom niet langer van toepassing is op de meeste beeldend kunstenaars, vertel ik aan de hand van drie Nederlandse voorbeelden. Te noemen Karel Appel (1921-2006), Wim T. Schippers (geb. 1942) en Daan Roosegaarde (geb. 1979).

Appel schoffeerde tenminste nog (zie filmpje), Schippers zette zijn publiek tamelijk onschuldig voor paal en Roosegaarde schenkt het zijne al niets meer dan een behaaglijk gevoel. Jammer eigenlijk, hoe met Appel de beeldend kunstenaar in Nederland een krachtige stem kreeg, die Schippers en anderen met hun cynisme vervolgens verkwanselde. Jammer hoe Roosegaarde vooral lijkt te willen lijmen, het publiek aan zich wil binden door hen te laten genieten van de schoonheid van kunst, terwijl de autonoom beeldend kunstenaar onafhankelijk moet zijn.

Wanneer een beeldend kunstenaar woede opwekt bij zijn publiek, betekent dit dat hij ze heeft weten te verrassen. Karel Appel wekte met CoBrA allerlei emoties op, waaronder ontsteltenis en agressie. Met zijn werk nam hij een standpunt in dat drastisch anders was dan men op dat moment in de kunstwereld gewend was. Appel’s filosofie was, kortweg, dat iedereen beeldend kunstenaar kan zijn en dat je werk niet hoeft te getuigen van groot vakmanschap. Er zit een zeker absurdistisch, sarcastisch aspect in zijn betoog, iets dat we later terug zien bij Schippers. Appel’s invloed reikte misschien verder dan hijzelf wilde, of begreep. Het heeft ervoor gezorgd dat kunst in Nederland verworden is tot een brei van betere, autonome kunstenaars en tal van autodidacten en hobbyisten. En als iedereen kunstenaar kan zijn, kan ook iedereen er zijn eigen onervaren, slecht onderbouwde mening op na houden. Appel heeft iets ontketend middels zijn grote invloed als beeldend kunstenaar, het heeft alleen averechts gewerkt voor de positie van de autonoom beeldend kunstenaar.

Dit begin van het verval van de maatschappelijke positie van de beeldend kunstenaar werd voortgezet door Wim T. Schippers (zie filmpje). Zijn beeldend werk staat symbool voor het nihilisme in de Nederlandse beeldende kunst. Maar nihilisme kan als vergaand gevolg hebben dat men inderdaad geloven gaat dat beeldende kunst geen meerwaarde heeft en dat kunstenaars maar rare, zweverige types zijn. Eenmaal interviews met Wim T. Schippers bekeken te hebben weet men dat hij inderdaad een onsamenhangende indruk maakt. Zowel in lichaamstaal als in verbeten antwoorden op heel redelijke vragen. Schippers is niet onafhankelijk, hij heeft zijn chagrijn jegens de domheid van het publiek te zeer nodig. 

Dan Daan Roosegaarde, die ons wil laten nadenken over de weidsheid van de schoonheid van kunst. Een nobel streven, maar zijn werk getuigt niet van enige kritiek, laat staan maatschappijkritiek. Terug naar de tijd van Karel Appel? Natuurlijk niet, want daar begon de ellende. Maar in de ‘hedendaagse’ kunst herken ik ook weinig ware autonoom beeldend kunstenaars. Wie de laatste aflevering van Zomergasten heeft kunnen zien, merkte al snel dat Roosegaarde niet in een hokje gestopt wil worden. Dat mensen als Zomergasten-presentator Wilfried de Jong er behoefte aan hebben te duiden wie zij voor zich hebben onzinnig is. Deze pose is er een die veel beeldend kunstenaars aannemen, an sich onzinnig, want wat is er mis met de beroepsnaam ‘beeldend kunstenaar’? Het is niet iets om je voor te schamen, iedere autonoom beeldend kunstenaar zou juist trots moeten zijn deze unieke maatschappelijke positie te mogen bekleden en zou dit uit moeten dragen waar en wanneer hij maar kan.